Uitgangspunten

Restaureren is alleen zinvol bij een blijvende betekenis van cultureel erfgoed en de hieraan verbonden waarden. Hierbij is het essentieel dat dit erfgoed op een verantwoorde wijze wordt beheerd.

Het gaat bij restaureren en beheren om het zoveel mogelijk vertragen van de tand des tijds. Deze dwingt tot regelmatig ingrijpen en daarvoor gelden de onderstaande uitgangspunten:

1. Waardenstelling

Bij restauratie is waardenstelling (herkennen en erkennen van waarden) door gekwalificeerd personeel, of een ingehuurde expert, altijd de eerste stap. Dit moet aantoonbaar en toetsbaar zijn. De wijze waarop en de mate waarin ingegrepen wordt is pas de tweede stap.

2. Eisen aan de ingreep

Elke ingreep is in meer of mindere mate een aantasting van de historische waarde(n). Daarom worden eisen aan de ingreep gesteld.

Op basis van bovenstaande uitgangspunten kan de voorkeursvolgorde voor het doen van ingrepen worden vastgelegd. Hierbij hanteren we een hiërarchie van restauratie-categorieën: de zogenaamde ‘restauratieladder’.

Vaststelling van de vermelde categorie is afhankelijk van de fysieke samenhang en de historische waardenstelling van het betreffende bouwdeel. Deze uitgangspunten gelden zowel voor het gebouw of object als geheel, als voor een onderdeel van het gebouw of object.

Het enkele feit dat een historisch, beeldbepalend of beeldondersteunend gebouw of object niet geregistreerd is als beschermd monument, is nog geen reden de hier beschreven uitgangspunten bij voorbaat buiten toepassing te verklaren.